Nieuws

Vrouwen meer aan het werk is in het belang van iedereen


Nederlandse vrouwen werken het minst aantal uren in vergelijking met andere Europese landen. En ondanks dat vrouwen steeds hoger opgeleid zijn en vaker door het glazen plafond breken, blijven ze bij de start van een gezin voornamelijk thuis. Waarom is dat zo? Hoe kan het dat de verschillen tussen Nederland en andere Europese landen zo groot zijn? En belangrijker: hoe krijgen vrouwen een gelijke positie in de arbeidsmarkt?


4 op de 10 vrouwen in Nederland is financieel niet onafhankelijk¹. Dat zijn 3,4 miljoen vrouwen. De meest voor de hand liggende verklaring hiervoor is waar: veel vrouwen blijven thuis voor de zorgtaken, zoals het huishouden, de kinderen en mantelzorg. Wat wel opvallend is, is dat ook kinderloze vrouwen en vrouwen zonder partner parttime werken. Twee derde van de vrouwen tussen de 18 en 25 jaar werkt niet fulltime. En dat terwijl juist deze groep vrouwen net is opgeleid en klaargestoomd is voor het meewerken in de maatschappij.


Veel vrouwen zeggen zich vrij te voelen in de keuze om minder te gaan werken, vooral wanneer er kinderen bij komen kijken. Toch is het de vraag of dat waar is. “Mensen worden beïnvloed door cultuur, tradities en beleid. In Nederland heeft dat tot gevolg dat vrouwen anderhalf keer meer tijd aan zorgtaken besteden dan mannen. Daar moet een doorbraak komen: pas als iedereen op dezelfde manier werk en zorg kan combineren, is het een echte vrije keus’’, legt Suzan Steeman van Women Inc. uit aan het AD.


Het belang van financieel onafhankelijk zijn

Door financieel onafhankelijk te zijn kan iemand zijn eigen keuzes maken. Hiermee staat iemand sterker in de maatschappij. Door niet financieel onafhankelijk te zijn, loopt iemand financiële risico’s. Voor vrouwen die niet onafhankelijk zijn kan bijvoorbeeld een scheiding of het werkeloos worden van de partner grote gevolgen hebben. Financiële onafhankelijk helpt om op eigen benen te (blijven) staan.


Nederland werkt deeltijd, nou en?

Mensen vragen zich misschien af waarom het parttime werken een probleem is. Sander Schimmelpenninck heeft daar een antwoord op: “Nederlanders werken nu al het minste aantal uren van Europa. Nóg minder werken is geen optie; de kosten van het levensonderhoud stijgen en we worstelen met de vergrijzing en de betaalbaarheid van onze verzorgingsstaat. […] Niet minder werken maar méér werken is sociaal, met belastingafdracht helpen we meer mensen die écht niet kunnen werken.” Een situatie die dus niet houdbaar is voor de toekomst.


In andere Europese landen wordt veel minder parttime gewerkt, voornamelijk door vrouwen. Dat komt simpelweg door een ander economisch beleid. In bijvoorbeeld Frankrijk wordt er verondersteld dat vrouwen bijdragen aan de economie, waardoor investeren in een betaalbare kinderopvang aantrekkelijk is voor de regering. Een belangrijk punt, wat ook in Nederland al jaren onder de aandacht gebracht wordt om vrouwen de mogelijkheid te geven meer te gaan werken.


Vaak opvang, maar niet veel

In Nederland gaan heel veel kinderen naar een opvang. We staan zelfs in de top van Europa als het gaat om het inzetten van een formele opvang. Echter gaan de Nederlandse kinderen niet veel uren naar de opvang, wat aansluit op het parttime werken van de moeders. Door de relatief hoge kosten – onze overheid investeert het laagste uit West-Europa, laat een rapport van McKinsey zien – vinden veel ouders het niet aantrekkelijk om beiden veel te werken en kiezen zij ervoor om één van de twee parttime te laten werken.


Thuisblijven voor de kinderen omdat opvang aan de dure kant is, dat wordt vaak door de moeder gedaan. Onderzoek laat zien dat dit te verhalen is in de Nederlandse cultuur. 80% van de mensen vindt dat Nederlandse moeders van niet-schoolgaande kinderen 3 dagen per week of minder zouden moeten werken. Voor vaders is dit slechts 35%. Dat vaders meer (blijven) werken na de geboorte van kinderen, wordt ook versterkt door de korte duur van het verlof van vaders. Het uitbreiden van het partnerverlof is een goede eerste stap erin, maar we blijven hiermee ver onder het Europese gemiddelde. Er is dus nog werk aan de winkel voor het verbeteren van ouderschapsregelingen en kinderopvangtoeslagen om de kloof tussen man en vrouw te dichten.

Diversiteit is cruciaal

“Diversiteit komt de besluitvorming ten goede, bedrijven worden inclusiever en vrouwen zorgen voor andere perspectieven. Als je dezelfde typen mensen, met dezelfde achtergrond en dezelfde opleiding bij elkaar zet, dan ontstaat groepsdenken en dat brengt het risico op vooringenomenheid met zich mee. Bedrijven zien dat steeds meer in,” zei hoogleraar Mijntje Lückerath afgelopen september tegen Het Parool. De discussie over meer vrouwen aan de top gaat dus verder dan de gelijkheid tussen man en vrouw. Het gaat om diversiteit en het afspiegelen van de samenleving in bedrijven, maar bijvoorbeeld ook in de politiek.


Vrouwen aan de top

Er is goed nieuws voor de vrouwen: de Female Board Index van 2020 liet zien dat er nog nooit zo veel vrouwelijke bestuurders bij de Nederlandse beursondernemingen waren. Dat betekent dat er een stijgende lijn zit in de hoeveelheid vrouwen die doorbreken naar hoge, invloedrijke functies. En na jaren van stilstaan en het achterblijven van benoemingen van vrouwen, is dit het tweede jaar op een rij dat deze trend zichtbaar is. Er zijn nog grote slagen te halen, maar de toon is gezet!


¹: Met financieel onafhankelijk wordt bedoeld dat iemand het minimuminkomen verdiend met werk of een eigen onderneming.